De Belegginsillusie – M. Kelder & J. Schukken [samenvatting]

Het boek bespreekt, zoals de titel al weggeeft, een beleggingsillusie. Om preciezer te zijn, er wordt beschreven hoe banken, brokers en beleggingsfondsen geld verdienen aan particuliere beleggers door deze illusie in stand te houden.

Je leest wat de meest voorkomende manieren zijn waarop je aangespoord wordt om in deze illusie te trappen. En nog belangrijker, je leert wat het alternatief is. Oftewel, hoe je minder kosten hoeft te betalen en een doorgaans hoger rendement dan de gemiddelde individuele belegger maakt.

Hieronder volgt de samenvatting van het boek.

De-belegginsillusie-samenvatting

De kern van het probleem

Volgens de auteurs is de kern van het probleem het volgende:

“Kosten voor de belegger zijn gelijk aan inkomsten voor de beleggingsindustrie” 

Marius Kelder en Jolmer Schukken.

Doordat instellingen als vermogensbeheerders, banken en brokers profiteren van de kosten die wij maken, hopen ze dat wij (beleggers) zoveel mogelijk transacties maken. Het aanschaffen en verkopen van aandelen of andere effecten zorgt er namelijk voor dat je als belegger kosten maakt, kosten die het overgebleven rendement doen krimpen.

Een voorbeeld:
Volgens een berekening van de VEB levert 1% extra jaarlijkse kosten bij een belegging van 100.000 euro over een periode van 20 jaar zo’n 45.000 euro minder rendement op!

Dus, kosten zorgen ervoor dat er minder rendement voor je overblijft. Dat is logisch, maar waarom maken wij deze extra kosten bij financiële instellingen dan? Wel dat is volgens de auteurs door de beleggingsillusie.

Zo sporen ze ons aan tot meer transacties/kosten omdat het zou resulteren in extra rendement, eigenlijk een extra belegging voor de toekomst dus… Nu blijkt alleen dat de kans op een groter rendement niet wordt vergroot, maar dat de kans op een hoger rendement juist kleiner is.

Zo blijkt uit de meerdere bronnen die het boek bespreekt dat het gemiddelde rendement voor kosten van professionele beleggers niet de markt verslaat. Waarom zou je meer betalen bij beleggen terwijl je kansen op een hoger rendement (na kosten) er dan op achteruit gaan? Dat is de illusie...

Volgens het boek wordt er veel geld besteed om ons toch te laten denken dat we het beter kunnen doen dan de markt, maar loopt dit maar al te vaak slecht af, zo blijkt...

“In de praktijk maken de meesten van ons onnodige kosten, lopen vermijdbare risico’s en brengen daarmee onze financiële toekomst in gevaar.”

Marius Kelder en Jolmer Schukken.

Relatie-kosten-rendement

Onnodige kosten in de praktijk

Het zorgen voor onnodige kosten bij particuliere beleggers gebeurt met name op de volgende manieren:

  1. Het selecteren van aandelen.
  2. Het timen van de markt.
  3. Het selecteren van beleggingsfondsen.

Het selecteren van aandelen

Beleggers doen aan stock picking omdat ze dan een kans hebben op een enorm rendement, net zoals in de succesverhalen van aandelen als Apple, Amazon of misschien wel Oracle?

Terwijl de kans hierop vaak in de buurt komt met de succesratio in een loterij. Is het dan wellicht de angst om iets te missen?

Wie wil bijvoorbeeld deze ‘mooie’ kans missen? Dit soort tweets zie ik dagelijks meerdere keren per dag mijn aandacht trekken.

Om al deze mooie kansen niet te missen betekent in de praktijk dat je telkens van posities moet wisselen, je wilt er immers telkens net op tijd bij zijn. Om zo de markt te kunnen verslaan, anders is het vinden van de beste aandelen immers niet je tijd waard. Toch heeft dit actieve beleggen een prijskaartje…

Zo citeer ik de volgende passage uit het boek:

“Een gezaghebbend Amerikaans onderzoek toonde aan dat individuele beleggers tussen 1991 en 1996 gemiddeld 18 procent achterbleven bij de markt, oftewel 3,4 procent per jaar.”

Dit verlies ten opzichte van de markt was nog vele malen groter voor de meest actieve beleggers, oftewel, zij die vaker een nieuw aandeel selecteren.

Dat heeft natuurlijk opnieuw te maken met de kosten die beleggers maken. Zo blijkt dat de kosten die gemaakt worden bij stock picking vrijwel nooit worden gecompenseerd door een hoger rendement. Sterker nog, je kans om een hoger rendement te behalen is zelfs hoger als je minder actief bezig bent op de beurs!

Daarnaast is het zo dat op het moment dat iedereen ervan overtuigd is dat er een aandeel is dat het volgende Apple of Amazon is, het vaak al te laat is…

Het timen van de markt

Iemand die de markt probeert te timen die wil zijn vermogen belegd hebben op het moment dat de koersen in zijn voordeel bewegen en niet belegd zijn op het moment dat de koersen in zijn nadeel bewegen. Ideaal toch?

Wel, om dit te doen moet diegene dus de aandelenkoersen kunnen voorspellen. En om die koersen te voorspellen moet je kunnen voorspellen wat andere beleggers denken, zij kopen of verkopen immers aandelen en bepalen daarmee de prijs.

Zoals je waarschijnlijk al verwacht blijkt dit in de praktijk een onmogelijke klus. Daarnaast is dit ook nog eens een klus die in de praktijk niet loont.

Waarom?

Bij het ‘timen’ van de markt ben je vaker niet met je vermogen belegd dan als je een simpele buy-and-hold strategie zou uitvoeren, waarbij je dus simpelweg niet omkijkt naar je posities.

Dit zorgt ervoor dat je meer transactiekosten maakt, maar ook dat je een groot deel van het rendement mist. Zo stijgen aandelenkoersen historisch gezien op de lange termijn, vaker uitstappen zorgt er dus voor dat je een gedeelte van dit rendement zal missen.

Je zou dus verdomd goed moeten ‘voorspellen’ om dit te compenseren, iets wat andere (ervaren) beleggers in de praktijk maar al te vaak niet lukt.

Het selecteren van beleggingsfondsen

Particuliere beleggers hebben soms een te klein vermogen om dit te spreiden over meerdere aandelen en/of obligaties, iets wat over het algemeen het risico mindert.
Beleggingsfondsen kunnen daarvoor een oplossing zijn, zo bundelen ze het geld van verschillende beleggers om zo ervoor te zorgen dat dit vermogen verspreid wordt over meerdere effecten. Dit gaat ook efficiënter dan als elke belegger dit zelf zou moeten doen.

Toch komt dit vaak met een vrij hoog prijskaartje, vooral als we het vergelijken met het alternatief, de passieve indexfonds.

Maar wat als deze beleggingsfondsen het nu veel beter doen? Immers, de selectie van deze fondsen wordt geselecteerd door fondsbeheerders, professionals die weten wat ze doen.

Wel, volgens het boek is het rendement voor kosten vrijwel gelijk aan het marktrendement. Dus dat argument kunnen we wegstrepen. Toch betaal je makkelijk zo’n 1 tot 3 procent per jaar voor een beleggingsfonds. Het is dan ook niet verrassend dat de auteurs met de volgende conclusie over beleggingsfondsen komen:

“Als het gemiddelde actieve fonds zo ver achterblijft, hoe groot is dan de kans dat je het beter kunt doen dan de markt door te proberen de beste fondsen te selecteren?”

Niet zo groot, vooral als de goed presterende fondsen vaak niet te vinden zijn door het gebrek aan transparantie wat betreft rendementen en kosten. Kijk bijvoorbeeld hiernaar.

Over het boek: De beleggingsillusie

Ik kreeg een erg goed gevoel bij het lezen van dit boek. Zo brengen de auteurs niet een geheel nieuwe manier van beleggen, of dé manier om rijk te worden. Ze doen iets veel beters, ze laten op een geweldige wijze zien hoe de gemiddelde man/vrouw kan beleggen en vooral hoe dat juist niet moet. Erg praktisch.

Zo blijkt dat er meerdere manieren zijn waarop ‘wij’ beleggers trappen in de illusie van een hoger rendement. Dit heb je hierboven waarschijnlijk al gelezen, maar wat biedt het boek nog meer?

Het boek bespreekt ook drie regels waarmee verstandig kan worden belegd. Daarnaast leest je over de prestaties van hedgefondsen en zie je wat grootheden in de beleggingswereld, zoals Warren Buffett en John Bogle, particuliere beleggers adviseren.

Dit boek is wat mij betreft dus een absolute aanrader en brengt je een tijdloos gedachtegoed over beleggen.